
Rebecca van Vuure:tekstschrijver te Amsterdam. Rebecca schrijft ook graag publiciteitsplannen en motiveert, stimuleert en adviseert op persoonlijke wijze makers, uitvoerenden, dienstverleners en organisaties in de culturele sector.
Pagina's
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
maandag 14 maart 2011
woensdag 9 maart 2011
Sjaak in beeld
Nog slechts een week speel ik vadertje en moedertje met Sjaak, Lukas, Sam, Pili, Pluis, Tijger, Moriana en de kippies.
maandag 21 februari 2011
Oehoeh
Ik had een pauze nodig. Van mijn werk, van mijn leven in de stad, van mijn persoonlijke dramaatjes. Een breuk met de normale gang van zaken. In de laatste maanden voor mijn vertrek naar Spanje vond ik iedereen en alles stom en irritant.
Niemand hield rekening met mij, dacht alleen maar aan zichzelf, deed zijn werk niet goed, was op de verkeerde momenten onbereikbaar of bemoeide zich weer eens niet met zijn eigen zaken.
Brallende studenten vierden hun feestjes tot midden in de nacht als ik de volgende ochtend vroeg op moest om op locatie te gaan werken. Toen de gootlieters dan eindelijk kwamen om het lekkende dak te repareren, belden ze natuurlijk net aan terwijl ik onder de douche stond. Collegafietsers sloegen zonder omkijken linksaf op de Haarlemmerdijk. De nieuwe buren op 1-hoog verhuurden de zolder boven mij illegaal aan ongure types. Wasbleke wereldverbeteraars met zelfgebreide mutsjes drongen voor bij de kassa van de natuurwinkel. Kortom: allemaal klootzakken.
En dan had ik het ook nog eens helemaal niet makkelijk met mezelf. Geen geduld, geen energie, geen zin, moe, moe, moehoehoe.
Veel van mijn gewone leventje heb ik gewoon meegenomen. ’s Morgens mijn bakje muesli en de vijf Tibetanen, de liters kruidenthee en mijn dagelijkse wandelingetjes: dat is dus soms best prettig, het zijn vertrouwde elementen in een verder nieuwe wereld.
Maar vaker heb ik er helemaal niets aan. Niks heb ik hier in de hand. En mezelf al helemaal niet. Mijn ontelbare neuroses en angsten zijn namelijk onbedoeld ook meeverhuisd. Ik schiet van de ene in de andere emotie. Ik ben soms een hele dag zo besluiteloos dat er echt helemaal niets zou gebeuren als het hier huizende lot niet in zou grijpen. Kippen verdwijnen van het ene op het andere moment spoorloos. Koelkasten, geisers en lampen houden er plotseling mee op. De gierende Tramontana blaast me bij tijd en wijle de berg af. De blauwe hemel, de stralende zon, de volle maan, zwijnen, de honden en de katten, Catalanen, Spanjaarden, de opdringerige vrijwilliger van de buren: alles en iedereen hier doet zijn best om mij van de straat te houden.
Op een morgen greep ik mezelf daarom bij de kladden. Ik negeerde alles wat mij van mijn pad zou kunnen brengen en ben urenlang gaan wandelen, heen en terug naar Casa Valerosa. Dat zou ik iedere ochtend moeten doen, al is het maar voor mijn zielenrust, want wat geweldig, supermooi en heerlijk.
Ik heb op de terugweg nog een praatje gemaakt met de buurman van een berg verderop. Helemaal in het Spaans en daar ben ik apetrots op. We hebben even doorgenomen hoe mooi de bloeiende amandelbomen zijn, wat een vervelend werkje het rapen van Johannesbroodbonen kan zijn en dat Alf en Glinys bezoek hadden van hun dochters afgelopen week. Het liep allemaal gesmeerd, totdat hij over een cadena begon. Dat woord heb ik thuis toch even op moeten zoeken. Het betekent ketting. Als ik dat had geweten, hadden we het ook nog even over de ketting die verderop over het pad hangt kunnen hebben. Maar zo was het al helemaal goed.
Vannacht liep ik even buiten met de hondjes onder de blote sterrenhemel, ik opende mijn hoofd en hoopte op verlichting.
In de stilte van de nacht hoorden wij een uil roepen.
Oeh Oehoeh. Wijze geluiden.
Niemand hield rekening met mij, dacht alleen maar aan zichzelf, deed zijn werk niet goed, was op de verkeerde momenten onbereikbaar of bemoeide zich weer eens niet met zijn eigen zaken.
Brallende studenten vierden hun feestjes tot midden in de nacht als ik de volgende ochtend vroeg op moest om op locatie te gaan werken. Toen de gootlieters dan eindelijk kwamen om het lekkende dak te repareren, belden ze natuurlijk net aan terwijl ik onder de douche stond. Collegafietsers sloegen zonder omkijken linksaf op de Haarlemmerdijk. De nieuwe buren op 1-hoog verhuurden de zolder boven mij illegaal aan ongure types. Wasbleke wereldverbeteraars met zelfgebreide mutsjes drongen voor bij de kassa van de natuurwinkel. Kortom: allemaal klootzakken.
En dan had ik het ook nog eens helemaal niet makkelijk met mezelf. Geen geduld, geen energie, geen zin, moe, moe, moehoehoe.
Veel van mijn gewone leventje heb ik gewoon meegenomen. ’s Morgens mijn bakje muesli en de vijf Tibetanen, de liters kruidenthee en mijn dagelijkse wandelingetjes: dat is dus soms best prettig, het zijn vertrouwde elementen in een verder nieuwe wereld.
Maar vaker heb ik er helemaal niets aan. Niks heb ik hier in de hand. En mezelf al helemaal niet. Mijn ontelbare neuroses en angsten zijn namelijk onbedoeld ook meeverhuisd. Ik schiet van de ene in de andere emotie. Ik ben soms een hele dag zo besluiteloos dat er echt helemaal niets zou gebeuren als het hier huizende lot niet in zou grijpen. Kippen verdwijnen van het ene op het andere moment spoorloos. Koelkasten, geisers en lampen houden er plotseling mee op. De gierende Tramontana blaast me bij tijd en wijle de berg af. De blauwe hemel, de stralende zon, de volle maan, zwijnen, de honden en de katten, Catalanen, Spanjaarden, de opdringerige vrijwilliger van de buren: alles en iedereen hier doet zijn best om mij van de straat te houden.
Op een morgen greep ik mezelf daarom bij de kladden. Ik negeerde alles wat mij van mijn pad zou kunnen brengen en ben urenlang gaan wandelen, heen en terug naar Casa Valerosa. Dat zou ik iedere ochtend moeten doen, al is het maar voor mijn zielenrust, want wat geweldig, supermooi en heerlijk.
Ik heb op de terugweg nog een praatje gemaakt met de buurman van een berg verderop. Helemaal in het Spaans en daar ben ik apetrots op. We hebben even doorgenomen hoe mooi de bloeiende amandelbomen zijn, wat een vervelend werkje het rapen van Johannesbroodbonen kan zijn en dat Alf en Glinys bezoek hadden van hun dochters afgelopen week. Het liep allemaal gesmeerd, totdat hij over een cadena begon. Dat woord heb ik thuis toch even op moeten zoeken. Het betekent ketting. Als ik dat had geweten, hadden we het ook nog even over de ketting die verderop over het pad hangt kunnen hebben. Maar zo was het al helemaal goed.
![]() |
| foto: R. Treffers |
Vannacht liep ik even buiten met de hondjes onder de blote sterrenhemel, ik opende mijn hoofd en hoopte op verlichting.
In de stilte van de nacht hoorden wij een uil roepen.
Oeh Oehoeh. Wijze geluiden.
dinsdag 1 februari 2011
Eenzaam
Zondagmorgen vroeg keerde Guido, moe maar voldaan na zijn eerste week in Spanje, terug naar zijn eigen berg in Frankrijk. Ik zwaaide hem enigszins weemoedig uit, in de vaste veronderstelling dat de twee weken van eenzaamheid en bezinning waren aangebroken. Alhoewel de moed mij vooraf soms in de schoenen zonk, heb ik er ook steeds veel zin in gehad. Plannen zat: veel op mijn Spaans studeren, lezen, nadenken, lange wandelingen om het hoofd leeg te maken, muziek luisteren, filmpjes maken.
Het liep die zondag natuurlijk allemaal iets anders, zoals dat gaat in Spanje. Het lukt maar zelden om een hele dag lang alles volgens plan af te werken.
Om twee uur pakte ik net de blauwe kaas uit de koelkast om daar iets makkelijks mee te gaan knutselen, toen er getoeter vanaf de oprit klonk. Jose Luis.
Jose Luis en zijn familie hebben een fantastisch familierestaurant in Ametlla de Mar: Poniente (Zonsondergang). Moeder Poniente kookt, zus Poniente bedient en Jose Luis staat ze bij waar ze hem nodig hebben. Deze mensen kunnen zich oprecht niet voorstellen dat een meisje van veertig zich wel redt, zo in haar eentje op de berg. Volgens Rick zoeken Spanjaarden altijd naar redenen om zoveel mogelijk dingen samen met anderen te doen, maar de voornaamste reden van zijn bezoek is dat Jose Luis wel een paar frisse oren kan gebruiken voor zijn zorgen.
Hij stapt binnen en vraagt of ik al heb gegeten, drinkt een kopje koffie, maakt volkomen onnodig maar goed bedoeld een vuur in de open haard en neemt me vervolgens mee naar het restaurant voor een fantastische paella. Twee uur lang bespreken we zijn privéleven in het Spaans. Het gaat me beter af dan ik dacht, en Jose Luis complimenteert me. Hij voegt er aan toe dat de meeste toeristen het niet eens proberen. Hm.
Jose Luis heeft in de zomer zijn eigen goedlopende restaurant in Ametlla de Mar. Normaal gezien werkt hij de rest van het jaar in Parijs, waar ook zijn (ex)vrouw en kind van tien jaar oud wonen. Maar in Parijs kan hij zijn draai niet vinden. Zijn vrouw en hij zijn min of meer uit elkaar en in tegenstelling tot wat hij altijd heeft gedacht: Cataluña blijkt heel goed zijn favoriete levensstijl te passen.
Parijs is heel ver weg, maar daar geniet hij van allerlei leuks op cultureel gebied en het is de plek waar zijn kind woont. In Ametlla is in de winter geen werk en er valt hier niets te beleven, maar het leven is hier een stuk goedkoper en beter te verdragen dan in het dure en hectische Parijs. Aldus zijn dilemma. Hij vertelt het allemaal net iets anders, maar daar komt het op neer.
Na de koffie met orujo wordt ik weer in de auto gezet. Jose Luis laat me zijn huis zien. Hij laat me verschillende prachtige strandjes in de omgeving zien. Hij rijdt nog even door naar L’Hospitalet en langzaam wordt het donker. Dag dag. Zucht. Ik vind het lief bedoeld en best leuk, maar wel iets teveel tegelijk. Ik wil niet onbeleefd zijn, dus ik laat het gebeuren.
Op de terugweg val ik verschillende keren in slaap. De verwarming in de auto staat op tien en de paella doet zijn werk. Jose Luis babbelt verder en heeft niets in de gaten.
Thuisgekomen maakt hij nogmaals vuur en verschanst zich vervolgens in de stoel voor de haard. Na een half uur wordt het hem duidelijk dat ik het heel gezellig heb gevonden, maar nu wel een beetje moe ben en graag even alleen wil zijn.
Hij vraagt me nog of ik misschien het nieuwe menu voor zijn restaurant in het Engels wil vertalen. Natuurlijk wil ik dat, dus er is alvast een reden om nog eens langs te komen.
Wordt vervolgd.
Het liep die zondag natuurlijk allemaal iets anders, zoals dat gaat in Spanje. Het lukt maar zelden om een hele dag lang alles volgens plan af te werken.
Om twee uur pakte ik net de blauwe kaas uit de koelkast om daar iets makkelijks mee te gaan knutselen, toen er getoeter vanaf de oprit klonk. Jose Luis.
Jose Luis en zijn familie hebben een fantastisch familierestaurant in Ametlla de Mar: Poniente (Zonsondergang). Moeder Poniente kookt, zus Poniente bedient en Jose Luis staat ze bij waar ze hem nodig hebben. Deze mensen kunnen zich oprecht niet voorstellen dat een meisje van veertig zich wel redt, zo in haar eentje op de berg. Volgens Rick zoeken Spanjaarden altijd naar redenen om zoveel mogelijk dingen samen met anderen te doen, maar de voornaamste reden van zijn bezoek is dat Jose Luis wel een paar frisse oren kan gebruiken voor zijn zorgen.
Hij stapt binnen en vraagt of ik al heb gegeten, drinkt een kopje koffie, maakt volkomen onnodig maar goed bedoeld een vuur in de open haard en neemt me vervolgens mee naar het restaurant voor een fantastische paella. Twee uur lang bespreken we zijn privéleven in het Spaans. Het gaat me beter af dan ik dacht, en Jose Luis complimenteert me. Hij voegt er aan toe dat de meeste toeristen het niet eens proberen. Hm.
Jose Luis heeft in de zomer zijn eigen goedlopende restaurant in Ametlla de Mar. Normaal gezien werkt hij de rest van het jaar in Parijs, waar ook zijn (ex)vrouw en kind van tien jaar oud wonen. Maar in Parijs kan hij zijn draai niet vinden. Zijn vrouw en hij zijn min of meer uit elkaar en in tegenstelling tot wat hij altijd heeft gedacht: Cataluña blijkt heel goed zijn favoriete levensstijl te passen.
Parijs is heel ver weg, maar daar geniet hij van allerlei leuks op cultureel gebied en het is de plek waar zijn kind woont. In Ametlla is in de winter geen werk en er valt hier niets te beleven, maar het leven is hier een stuk goedkoper en beter te verdragen dan in het dure en hectische Parijs. Aldus zijn dilemma. Hij vertelt het allemaal net iets anders, maar daar komt het op neer.
Na de koffie met orujo wordt ik weer in de auto gezet. Jose Luis laat me zijn huis zien. Hij laat me verschillende prachtige strandjes in de omgeving zien. Hij rijdt nog even door naar L’Hospitalet en langzaam wordt het donker. Dag dag. Zucht. Ik vind het lief bedoeld en best leuk, maar wel iets teveel tegelijk. Ik wil niet onbeleefd zijn, dus ik laat het gebeuren.
Op de terugweg val ik verschillende keren in slaap. De verwarming in de auto staat op tien en de paella doet zijn werk. Jose Luis babbelt verder en heeft niets in de gaten.
Thuisgekomen maakt hij nogmaals vuur en verschanst zich vervolgens in de stoel voor de haard. Na een half uur wordt het hem duidelijk dat ik het heel gezellig heb gevonden, maar nu wel een beetje moe ben en graag even alleen wil zijn.
Hij vraagt me nog of ik misschien het nieuwe menu voor zijn restaurant in het Engels wil vertalen. Natuurlijk wil ik dat, dus er is alvast een reden om nog eens langs te komen.
Wordt vervolgd.
![]() |
| Lekker even alleen met de hondjes |
dinsdag 25 januari 2011
Bergje op, bergje af
Vandaag ben ik met Guido, Sjakie, Lukas, Pili, en Sam de berg opgeklommen naar de ruïne. Guido had zichzelf bewapend met twee boomzagen, ik had mijn handschoenen aangetrokken, we waren klaar om de bush te bedwingen.
“Ik huppel zó naar boven,” zei Guido nog. “Ik doe mee!” draafde ik opgewonden achter hem aan met in mijn kielzog de hele kinderboerderij. Nog geen vijf minuten later overhandigde Guido mij piepend 1 van de zaagjes, “doorzagen, doorzagen”, wijzend op de pijnlijk prikkende wurgwingerd die het op alle vier zijn ledematen had voorzien. De wildernis liet niet met zich sollen en van huppelen was deze fase in elk geval nog geen sprake.
Maar we lieten ons vanzelfsprekend niet zomaar uit het veld slaan en nadat we van de eerste schrik waren bekomen bestegen we met z’n zessen de uitzinnig begroeide berg, onderwijl oergeluiden slakend. “Moeoeow mioeoew!”riep Pili luid en hartverscheurend. Sam haakte direct in: “Maaaoee Maaaoe Maaoe!” “Kloteberg!” deed ik een duit in het zakje.
Guido gidste ons en de twee hondjes al hakkend en zagend veilig langs de gevaarlijkste afgronden en over de dichtst begroeide olijfterrassen, steeds hoger de steile helling op naar die geheimzinnige plek. Onderweg kwamen we sporen van wilde zwijnen tegen en het hysterische geblaf van de loslopende waakhonden van de buurman klonken soms angstaanjagend dichtbij.
Oh oh! Wat een avontuur!
De ruïne zelf was een beetje een bende, zoals verwacht, overal losse stenen en een ingezakt dak. Maar het uitzicht was magisch. Mas de Mingall, Mas Fabian, het mafia-huis op de berg aan de overkant, het grote huis van de Engelsen, alles was prachtig te zien.
We vroegen ons verbaasd af waarom iemand ooit op deze plek een huis had willen neerzetten.
Het is gebouwd op een kaal stuk rots, heel hoog op de berg, met voor zover we vast hebben kunnen stellen geen natuurlijke route van en naar het huis. Raar. Aan de bouw is te zien dat het uit de vorige eeuw stamt en nog niet zo heel oud kan zijn. Een vakantiehuis? Van rijke Barcelonezen?
We besloten via de andere kant van de berg naar beneden te klimmen, en ondanks dat het pad ook hier ontbrak ging dat een heel stuk vlotter. Guido deed nu toch iets wat op huppelen leek en maakte, onderwijl vrolijke deuntjes fluitend, al snel wat tempo. Ik gleed, schuifelde en strompelde daar lomp en onelegant hijgend achteraan. Sjakie torste, onderwijl breed grijnzend, een enorme rots in haar bek mee. Vast om mij te laten zien wat een eitje de afdaling eigenlijk was en dat zij er duidelijk wel een extra uitdaging bij kon hebben. “Nou, nou, knap hoor,” gromde ik haar toe. “Lekker belangrijk.”
Dus.
“Ik huppel zó naar boven,” zei Guido nog. “Ik doe mee!” draafde ik opgewonden achter hem aan met in mijn kielzog de hele kinderboerderij. Nog geen vijf minuten later overhandigde Guido mij piepend 1 van de zaagjes, “doorzagen, doorzagen”, wijzend op de pijnlijk prikkende wurgwingerd die het op alle vier zijn ledematen had voorzien. De wildernis liet niet met zich sollen en van huppelen was deze fase in elk geval nog geen sprake.
Maar we lieten ons vanzelfsprekend niet zomaar uit het veld slaan en nadat we van de eerste schrik waren bekomen bestegen we met z’n zessen de uitzinnig begroeide berg, onderwijl oergeluiden slakend. “Moeoeow mioeoew!”riep Pili luid en hartverscheurend. Sam haakte direct in: “Maaaoee Maaaoe Maaoe!” “Kloteberg!” deed ik een duit in het zakje.
Guido gidste ons en de twee hondjes al hakkend en zagend veilig langs de gevaarlijkste afgronden en over de dichtst begroeide olijfterrassen, steeds hoger de steile helling op naar die geheimzinnige plek. Onderweg kwamen we sporen van wilde zwijnen tegen en het hysterische geblaf van de loslopende waakhonden van de buurman klonken soms angstaanjagend dichtbij.
Oh oh! Wat een avontuur!
De ruïne zelf was een beetje een bende, zoals verwacht, overal losse stenen en een ingezakt dak. Maar het uitzicht was magisch. Mas de Mingall, Mas Fabian, het mafia-huis op de berg aan de overkant, het grote huis van de Engelsen, alles was prachtig te zien.
We vroegen ons verbaasd af waarom iemand ooit op deze plek een huis had willen neerzetten.
Het is gebouwd op een kaal stuk rots, heel hoog op de berg, met voor zover we vast hebben kunnen stellen geen natuurlijke route van en naar het huis. Raar. Aan de bouw is te zien dat het uit de vorige eeuw stamt en nog niet zo heel oud kan zijn. Een vakantiehuis? Van rijke Barcelonezen?
We besloten via de andere kant van de berg naar beneden te klimmen, en ondanks dat het pad ook hier ontbrak ging dat een heel stuk vlotter. Guido deed nu toch iets wat op huppelen leek en maakte, onderwijl vrolijke deuntjes fluitend, al snel wat tempo. Ik gleed, schuifelde en strompelde daar lomp en onelegant hijgend achteraan. Sjakie torste, onderwijl breed grijnzend, een enorme rots in haar bek mee. Vast om mij te laten zien wat een eitje de afdaling eigenlijk was en dat zij er duidelijk wel een extra uitdaging bij kon hebben. “Nou, nou, knap hoor,” gromde ik haar toe. “Lekker belangrijk.”
Dus.
| De ruïne |
Zwijnen
| Met Sjaak en Lukas(links) bij Mas Fabian |
Mijn grootste avontuur in Spanje tot nu toe speelt zich eigenlijk in slechts 2 minuten af.
Op zondagmiddag ben ik nietsvermoedend en in mijn eentje met de honden aan het wandelen over de berg achter het huis. Net als we de bocht terug naar huis hebben gemaakt, raakt Sjakie bijzonder opgewonden. Ze rent blaffend heen en weer over het pad en kijkt gespannen omhoog. Opeens neemt ze een duik de dichte struiken van het verwilderde olijfbomenterras in. Even later zie ik haar iets hoger op een stapel stenen staan. Ik roep haar natuurlijk terug, want ik voel haar spanning en ben eigenlijk niet zo heel nieuwsgierig naar wat zich daar in de struiken bevind. Tenzij het een lief vosje is natuurlijk. Sjakie blijft stokstijf met gestrekte staart staan en blaft heel hard en staccato, steeds sneller achter elkaar. Ik ga nog iets dichterbij staan en probeer haar aandacht te trekken: “Ga je mee? Sjakie? Kom!”. Kleine Lukas blijft verdacht dicht bij me in de buurt.
Dan, opeens, beginnen de struiken wild te bewegen en begint Sjakie te rennen. Uit de struiken komt eerst een hard geluid en daar direct achteraan een enorm dier te voorschijn dat in paniek recht op mij afrent. Ik vind mijzelf seconden later vijftien meter terug het pad op, achter een boom en zie in de verte nog net hoe Sjakie, achter het wilde zwijn aan, de berg afrent, richting de oude afgraving.
Mijn adem giert, mijn hart klopt als een razende in mijn keel en ik blijf maar ‘wauw’ zeggen. Ik heb nog nooit een wild zwijn van zo dichtbij gezien. Als Sjakie vrolijk kwispelend en blaffend aan het eind van het pad verschijnt, moet ik heel even iets wegslikken voor ik haar bij me kan roepen.
Met zijn drieeёn renlopen we een alternatieve route terug naar huis, veilig over de asfaltweg. Een berg verderop zijn de schoten van de zondagsjagers te horen.
Zwijnen zijn zeer schuwe dieren en zullen dus nooit zonder dringende reden bij daglicht in de buurt van huizen en mensen komen. Dit zwijn had weinig andere mogelijkheden dan de berg over klimmen en tussen vier huizen, bewaakt door loslopende honden, in de struiken te schuilen voor de hobbyjagers. Doodzielig natuurlijk.
In Spanje hoor je niemand zeggen dat er teveel zwijnen zijn. Jagers schieten hier zwijnen omdat ze dat leuk vinden en omdat ze het vlees lekker vinden. Ik heb daar grote moeite mee, daar ben ik eerlijk in. Ik hoop altijd maar dat ze in 1x raak schieten, of per ongeluk in elkaars been.
De zwijnenpopulatie hier in het achterland van Ametlla de Mar en El Perelló is groot en floreert op de prachtige groene bergen. Als het er teveel worden dan maken ze minder biggetjes en als het er te weinig worden, door strenge winters, of meer voor de hand liggend, door de jacht, dan maken ze er meer. De populatie reguleert zichzelf, dat is diereigen.
In Nederland gebruiken ‘professionele’ jagers liever een smoes, zij zullen nooit toegeven dat ze het doodschieten van beesten geweldig leuk vinden. Er zijn teveel wilde zwijnen, ze hebben te weinig voedsel. Of eigenlijk: wij mensen hebben er last van, ze komen te dichtbij, we rijden er tegenaan en dus moet er geschoten worden. Gevolg: de zwijnen maken in het nieuwe seizoen ter compensatie extra biggetjes. Die in de herfst weer geschoten moeten worden, vanwege de overlast die ze ons bezorgen. De natuurlijke oplossing, aangeraden door deskundigen, wordt niet eens in overweging genomen.
Volgens mij zijn er teveel mensen op deze wereld, in ieder geval teveel Nederlanders.
Illegale pluk
Ik weet pas over tien jaar waar Abraham de mosterd haalt, maar op mijn veertigste weet ik toch maar mooi waar de groene aanvulling van onze Hollandse bosjes bloemen wordt geplukt.
Hier, in de achtertuin van Mas de Mingall, door waarschijnlijk zwartbetaalde Marokkanen in dienst van een bloemenhandelaar uit Aalsmeer. Ze trekken de bergen in om de takjes van een vrij algemeen voorkomende groene struik te snijden, zonder vooraf toestemming aan de landeigenaren hier in de omgeving te vragen. Illegale pluk dus.
De afgelopen weken hebben een aantal van die figuren hier op de berg huisgehouden en een ravage achtergelaten. Geen struik staat er meer overeind. De resten van de lunch hebben ze na het aangenaam verpozen voor ons achtergelaten. Plastic zakken, folie, schillen, lege pakjes sigaretten, petflessen, de struiken hangen er vol mee.
De plaatselijke plukcoördinator, Mohammed, reed de hele dag in zijn busje door de buurt en is de meest gladde kikker op het Westelijke halfrond.
Blijkbaar was nog niet alles kaalgeplukt, want vorige week kwam hij met zijn busje hier het erf op en stuitte daarbij op Sjakie (de hond) en Ton (de vader van Rick). Wij waren net even niet thuis.
Mohammed begon in rad Spaans te vertellen wat hij kwam doen, namelijk de struiken van het land roven, en of hij daarvoor alsnog toestemming voor kon krijgen van Ton. Ton verstond er niets van, en begreep niet waarom Mohammed zo met takjes aan het zwaaien was. Ton spreekt namelijk geen woord Spaans. Mohammed is afgedropen, onder de indruk van Sjakies tanden en het vasthoudende onbegrip van Ton.
Afgelopen woensdag wandel ik zoals iedere ochtend lekker met de hondjes over het terrein, bergje op en bergje weer af, als ik halverwege de terugweg op Mohammed en zijn busje stuit. Hij rijd me godverdee bijna omver. Ik schreeuw dat hij de motor uit moet zetten. ‘¡No tienes permission!’improviseer ik verontwaardigd gebarend in mijn beste Spaans. Mohammed is totaal niet onder de indruk, want dit had hij natuurlijk wel verwacht en hij vertelt me met droge ogen dat mijn vader hem toestemming heeft gegeven om hier te gaan plukken. ‘¡Ga! (Ha!) Que milagro! No es mi padre y habla ni una palabra espaňol!’ roep ik uit. Dat Ton mijn vader niet is, is natuurlijk helemaal niet relevant, maar het is toevallig wel iets wat ik in het Spaans kan zeggen, dus zeg ik het toch maar. Hij begint ook bij mij met die takjes te zwaaien en een blij verhaal af te steken over bloemen. ‘No me interesa!’ Ja, maar andere mensen hier in de omgeving vinden het wel goed, protesteert hij nog wat na. ‘Yo no.’Die gek is gewoon langs het huis over het erf naar beneden gereden, ik kan het bijna niet geloven. En dan nog liegen ook!
Mohammed vertrekt na nog wat soebatten en niet nadat ik trillend van woede het nummer van zijn chef heb opgeschreven. En dat blijkt een Nederlander. Natuurlijk. Goedkope handel, mensen uitbuiten (Marokkanen zijn lekker goedkoop en makkelijker te ronselen, die komen in Spanje nog minder goed aan de bak dan in Nederland), en dat over de rug van mensen die lekker ver weg zijn en waar je dus geen last van zult krijgen: Bah.
Hier, in de achtertuin van Mas de Mingall, door waarschijnlijk zwartbetaalde Marokkanen in dienst van een bloemenhandelaar uit Aalsmeer. Ze trekken de bergen in om de takjes van een vrij algemeen voorkomende groene struik te snijden, zonder vooraf toestemming aan de landeigenaren hier in de omgeving te vragen. Illegale pluk dus.
De afgelopen weken hebben een aantal van die figuren hier op de berg huisgehouden en een ravage achtergelaten. Geen struik staat er meer overeind. De resten van de lunch hebben ze na het aangenaam verpozen voor ons achtergelaten. Plastic zakken, folie, schillen, lege pakjes sigaretten, petflessen, de struiken hangen er vol mee.
De plaatselijke plukcoördinator, Mohammed, reed de hele dag in zijn busje door de buurt en is de meest gladde kikker op het Westelijke halfrond.
Blijkbaar was nog niet alles kaalgeplukt, want vorige week kwam hij met zijn busje hier het erf op en stuitte daarbij op Sjakie (de hond) en Ton (de vader van Rick). Wij waren net even niet thuis.
Mohammed begon in rad Spaans te vertellen wat hij kwam doen, namelijk de struiken van het land roven, en of hij daarvoor alsnog toestemming voor kon krijgen van Ton. Ton verstond er niets van, en begreep niet waarom Mohammed zo met takjes aan het zwaaien was. Ton spreekt namelijk geen woord Spaans. Mohammed is afgedropen, onder de indruk van Sjakies tanden en het vasthoudende onbegrip van Ton.
Afgelopen woensdag wandel ik zoals iedere ochtend lekker met de hondjes over het terrein, bergje op en bergje weer af, als ik halverwege de terugweg op Mohammed en zijn busje stuit. Hij rijd me godverdee bijna omver. Ik schreeuw dat hij de motor uit moet zetten. ‘¡No tienes permission!’improviseer ik verontwaardigd gebarend in mijn beste Spaans. Mohammed is totaal niet onder de indruk, want dit had hij natuurlijk wel verwacht en hij vertelt me met droge ogen dat mijn vader hem toestemming heeft gegeven om hier te gaan plukken. ‘¡Ga! (Ha!) Que milagro! No es mi padre y habla ni una palabra espaňol!’ roep ik uit. Dat Ton mijn vader niet is, is natuurlijk helemaal niet relevant, maar het is toevallig wel iets wat ik in het Spaans kan zeggen, dus zeg ik het toch maar. Hij begint ook bij mij met die takjes te zwaaien en een blij verhaal af te steken over bloemen. ‘No me interesa!’ Ja, maar andere mensen hier in de omgeving vinden het wel goed, protesteert hij nog wat na. ‘Yo no.’Die gek is gewoon langs het huis over het erf naar beneden gereden, ik kan het bijna niet geloven. En dan nog liegen ook!
Mohammed vertrekt na nog wat soebatten en niet nadat ik trillend van woede het nummer van zijn chef heb opgeschreven. En dat blijkt een Nederlander. Natuurlijk. Goedkope handel, mensen uitbuiten (Marokkanen zijn lekker goedkoop en makkelijker te ronselen, die komen in Spanje nog minder goed aan de bak dan in Nederland), en dat over de rug van mensen die lekker ver weg zijn en waar je dus geen last van zult krijgen: Bah.
maandag 27 december 2010
Contact
Ik was, ontzettend naief en misschien best schattig, in de veronderstelling dat ik, waar ook ter wereld onbeperkt contact kon blijven maken met mijn universum. Maar wat blijkt?
Op mijn berg is er slechts 5 minuten per dag sprake van zeer trage connectie met het wereldwijde web.
Pas 12 kilometer verderop is er een cafeetje met slappe koffie, beroerde muziek en wifi.
Daar zit ik nu, op de tocht, en in de wetenschap dat ik mijn taak als hondenoppasser zeker voor twee uur behoorlijk aan het verwaarlozen ben.
Dus van regelmatig en to the point bloggen komt het niet echt. Maar ik doe wat ik kan, omdat ik de wereld toch niet helemaal los wil laten.
Verder schijnt de zon hier als een tierelier, is het eten heerlijk, zijn de dieren superleuk en -lief en geniet ik met mijn verloofde van de avonden bij de open haard.
Op mijn berg is er slechts 5 minuten per dag sprake van zeer trage connectie met het wereldwijde web.
Pas 12 kilometer verderop is er een cafeetje met slappe koffie, beroerde muziek en wifi.
Daar zit ik nu, op de tocht, en in de wetenschap dat ik mijn taak als hondenoppasser zeker voor twee uur behoorlijk aan het verwaarlozen ben.
Dus van regelmatig en to the point bloggen komt het niet echt. Maar ik doe wat ik kan, omdat ik de wereld toch niet helemaal los wil laten.
Verder schijnt de zon hier als een tierelier, is het eten heerlijk, zijn de dieren superleuk en -lief en geniet ik met mijn verloofde van de avonden bij de open haard.
![]() |
| Sam |
Verliefd
vrijdag 17 december 2010
Allemaal beestjes
Om acht uur staan ze te piepen voor mijn slaapkamerdeur: Halloooo!! Wakker worden! De zon schijnt! Grommend doe ik de deur open om ze binnen te laten en blij hijgend en kwispelend rollen de twee over het bed. Ik kruip zo snel mogelijk weer in bed, het is kouhoud.
Lucas kruipt gelijk bij me onder de dekens, Sjakie zet haar poot enthousiast midden in mijn gezicht en begint luid te blaffen.
Langer dan tien minuten is dit niet vol te houden. Ik spring uit bed, doe heel veel kleren aan en zoek slaperig de ingredienten voor mijn ontbijt bij elkaar. De honden staan ondertussen te trappelen van ongeduld op de patio. Vijf katten kijken me meewarig aan.
"Eerst de kippetjes, jongens."Met twee pannetjes sla, groenteafval en geweekt brood en een gieter met water loop ik naar de dames en de haan in het hok. Ook daar zijn ze enorm blij om me te zien. "Kiiiiippiekippiekippie, " zing ik zacht, licht gegeneerd, terwijl niemand me kan horen.
Als ik en de kippetjes hebben gegeten en de eieren zijn geraapt, gaan Sjakie, Lucas en ik op pad. We lopen ons dagelijks rondje langs de rand van de olijfboomgaard. Soms loopt kater Sam mee.
(fotoos volgen later)
Lucas kruipt gelijk bij me onder de dekens, Sjakie zet haar poot enthousiast midden in mijn gezicht en begint luid te blaffen.
Langer dan tien minuten is dit niet vol te houden. Ik spring uit bed, doe heel veel kleren aan en zoek slaperig de ingredienten voor mijn ontbijt bij elkaar. De honden staan ondertussen te trappelen van ongeduld op de patio. Vijf katten kijken me meewarig aan.
"Eerst de kippetjes, jongens."Met twee pannetjes sla, groenteafval en geweekt brood en een gieter met water loop ik naar de dames en de haan in het hok. Ook daar zijn ze enorm blij om me te zien. "Kiiiiippiekippiekippie, " zing ik zacht, licht gegeneerd, terwijl niemand me kan horen.
Als ik en de kippetjes hebben gegeten en de eieren zijn geraapt, gaan Sjakie, Lucas en ik op pad. We lopen ons dagelijks rondje langs de rand van de olijfboomgaard. Soms loopt kater Sam mee.
(fotoos volgen later)
vrijdag 10 december 2010
Chez Guido
Bij Guido thuis is het gezellig en warm.
Hij heeft me een hele dag over de bergen en door de dalen van de Auvergne gejaagd. Guido huppelde lichtvoetig en vrolijk babbelend voor me uit. Ik leerde vandaag dat mijn hoogtevrees, mijn onderontwikkelde motoriek en de staat van mijn conditie factoren van belang zijn bij het volbrengen van uitdagingen als deze. Hijgend, glibberend, struikelend en mezelf moed insprekend heb ik de tocht volbracht. En was intens tevreden.
De zon scheen, de lucht was krakend fris en kristalhelder en de Auvergne lag er beeldschoon bij.
Hij heeft me een hele dag over de bergen en door de dalen van de Auvergne gejaagd. Guido huppelde lichtvoetig en vrolijk babbelend voor me uit. Ik leerde vandaag dat mijn hoogtevrees, mijn onderontwikkelde motoriek en de staat van mijn conditie factoren van belang zijn bij het volbrengen van uitdagingen als deze. Hijgend, glibberend, struikelend en mezelf moed insprekend heb ik de tocht volbracht. En was intens tevreden.
De zon scheen, de lucht was krakend fris en kristalhelder en de Auvergne lag er beeldschoon bij.
woensdag 8 december 2010
Temps pourri
Parijs, 9 december 2010
De prefectuur van de politie heeft een 'deconseille formellement' uit laten gaan om deze ochtend niet te gaan rijden in de provincie Ile-de-France.
Er is in 23 jaar in dit gebied niet zoveel sneeuw gevallen als in de afgelopen nacht, en grote aantallen automobilisten hebben de nacht noodgedwongen op de snelweg moeten doorbrengen.
Er speelt zich in kamer nummer 17 van het Campanile Hotel in Senlis, in verhouding tot de verschrikkingen op de snelweg, een klein persoonlijk drama af. Hier heeft de contolfreak in mij natuurlijk helemaal geen rekening mee gehouden.
Ik was van plan om om zeven uur te vertrekken en dan om eén uur met Guido aan de lunch te zitten.
Voorlopig heb ik besloten om te wachten tot het licht is. Dan ga ik heel langzaam de ruiten krabben.
En dan ga ik in de lobby van het hotel nog maar eens vragen wat de laatste stand van zaken is.
.
De prefectuur van de politie heeft een 'deconseille formellement' uit laten gaan om deze ochtend niet te gaan rijden in de provincie Ile-de-France.
Er is in 23 jaar in dit gebied niet zoveel sneeuw gevallen als in de afgelopen nacht, en grote aantallen automobilisten hebben de nacht noodgedwongen op de snelweg moeten doorbrengen.
![]() |
| auto's in de sneeuw op de A86 |
Ik was van plan om om zeven uur te vertrekken en dan om eén uur met Guido aan de lunch te zitten.
Voorlopig heb ik besloten om te wachten tot het licht is. Dan ga ik heel langzaam de ruiten krabben.
En dan ga ik in de lobby van het hotel nog maar eens vragen wat de laatste stand van zaken is.
.
dinsdag 7 december 2010
Deze reis gaat helemaal over mezelf. Dat vind ik spannend en ik ben daar best zenuwachtig over.
Opa aan de telefoon: ‘Zenuwachtig? Jij weet toch altijd precies wat je wil?’
‘Jahaaa opa, maar dan moet het ook nog wel even gebeuren!’
Opa heeft er wel vertrouwen in.
‘Doe je rustig aan? Nou, maar dat doe jij wel. Dat komt wel goed.’
Ik maak een instemmend geluid, want inderdaad, zo ben ik, voorzichtig. Soms jammer, maar nu komt het toch maar even goed van pas.
‘Je bent een kanjer. Geniet ervan en als je kloris er straks ook is, dan kruip je maar eens lekker tegen elkaar aan. Dat is toch het mooiste wat er is?
Laatst moest ik nog aan je denken, zoals je voor op het dek van de boot lag te zonnen. Weet je nog? In je bikini!’
Ik schater. Dat moet op mijn vijftiende geweest zijn. Een onzeker, lief en stakerig pubertje met mierentietjes in een bikini, dat zal me wat geweest zijn.
‘Wat een geweldige vrouw ligt daar, dacht ik toen.’
Ach, wat een schat is het toch.
Het leven valt opa zwaar. Vorige maand is eén van zijn zoons, Onne, overleden. ‘Als je zulke dingen van anderen hoort, zeg je: wat erg. En dan gaat het weer weg. Maar als het jezelf overkomt, dan gaat het niet meer over. Het blijft bij je.’
‘Ik denk de laatste tijd ook vaak dat het goed zou zijn om weer eens eventjes om me heen te gaan kijken, een reisje te maken. De zinnen verzetten.’
Als we ophangen (‘Dag lieve schat, twintig dikke pakkerds’) denk ik, zoals altijd, waarom bel ik hem niet wat vaker?
maandag 6 december 2010
Nog twee nachtjes....
Nog twee nachtjes onrustig slapen en dan ga ik.
Al weken volg ik regelmatig met mijn vinger de route die ik via Belgiё en Frankrijk zal afleggen naar Spanje, 150 km onder Barcelona, naar Ametlla de Mar. Het is echt heel gemakkelijk. Alsmaar rechtdoor.
Nou ja, ik rijd links om Parijs heen natuurlijk en maak een stop in de Auvergne, ter hoogte van Manzat.
Met achter in de auto twee koffers vol kleren en andere belangrijke zaken, twee dozen met boeken, cd's, dvd's en boodschappen, pepernoten, Bruce Springsteen en vegetarische groenteschijven van de Albert Heijn voor Guido en in de radio de geniale verzamelcdtjes van mijn liefde.
Hier is het winterweer gelukkig voorlopig tot rust gekomen, maar voor Parijs worden overmorgen sneeuwbuien voorspeld.
(In Barcelona is het dan 19 graden. En zonnig.)
Al weken volg ik regelmatig met mijn vinger de route die ik via Belgiё en Frankrijk zal afleggen naar Spanje, 150 km onder Barcelona, naar Ametlla de Mar. Het is echt heel gemakkelijk. Alsmaar rechtdoor.
Nou ja, ik rijd links om Parijs heen natuurlijk en maak een stop in de Auvergne, ter hoogte van Manzat.
Met achter in de auto twee koffers vol kleren en andere belangrijke zaken, twee dozen met boeken, cd's, dvd's en boodschappen, pepernoten, Bruce Springsteen en vegetarische groenteschijven van de Albert Heijn voor Guido en in de radio de geniale verzamelcdtjes van mijn liefde.
Hier is het winterweer gelukkig voorlopig tot rust gekomen, maar voor Parijs worden overmorgen sneeuwbuien voorspeld.
(In Barcelona is het dan 19 graden. En zonnig.)
maandag 29 november 2010
Mam en pap vinden het best spannend
Pap: "Hier. Een reep chocola voor onderweg. Dat helpt bij het wakker blijven."
Mam: "Wat papa en ik dus niet zo leuk vinden is dat je per se in je eentje die rit naar Spanje moet maken.
Nu is het wel buiten het seizoen, dus er zullen vast veel minder eenzame onverlaten langs de weg op zoek zijn naar alleen reizende vrouwen met een laptop, maar toch....
Vooral papa vindt het een naar idee."
Pap: "Het zit me gewoon niet lekker, weet je dat? Dat ze in d'r eentje gaat rijden." (Papa is een beetje doof)
Mam: "Ach hou toch op man. Het is godverdorie een volwassen vrouw van bijna 40. Als ze vertegenwoordiger was geweest dan had ze zomaar door heel Frankrijk gereden en bij de engste kerels moeten aanbellen. Dat hadden we dan doodnormaal gevonden." (Mama is een beetje wispelturig)
Pap: "Dat maakt me allemaal helemaal niets uit. Ik vind het drie keer niks."
Mam (praktisch): "Rebek, heb je zo'n oplader voor in de aansteker? Voor je mobiel bedoel ik.
En een plaid?
Ja nou, als je vast komt te zitten wordt het binnen de kortste keren hartstikke koud hoor, in de auto.
En zo'n tentje, voor als je buiten de auto moet overnachten in the middle of nowhere?"
Pap (benauwd): "Kijk je wel een beetje uit?"
Mam: "Wat papa en ik dus niet zo leuk vinden is dat je per se in je eentje die rit naar Spanje moet maken.
Nu is het wel buiten het seizoen, dus er zullen vast veel minder eenzame onverlaten langs de weg op zoek zijn naar alleen reizende vrouwen met een laptop, maar toch....
Vooral papa vindt het een naar idee."
Pap: "Het zit me gewoon niet lekker, weet je dat? Dat ze in d'r eentje gaat rijden." (Papa is een beetje doof)
Mam: "Ach hou toch op man. Het is godverdorie een volwassen vrouw van bijna 40. Als ze vertegenwoordiger was geweest dan had ze zomaar door heel Frankrijk gereden en bij de engste kerels moeten aanbellen. Dat hadden we dan doodnormaal gevonden." (Mama is een beetje wispelturig)
Pap: "Dat maakt me allemaal helemaal niets uit. Ik vind het drie keer niks."
Mam (praktisch): "Rebek, heb je zo'n oplader voor in de aansteker? Voor je mobiel bedoel ik.
En een plaid?
Ja nou, als je vast komt te zitten wordt het binnen de kortste keren hartstikke koud hoor, in de auto.
En zo'n tentje, voor als je buiten de auto moet overnachten in the middle of nowhere?"
Pap (benauwd): "Kijk je wel een beetje uit?"
woensdag 17 november 2010
Van december 2010 tot en met maart 2011 bevindt Rebecca van Vuure zich in Spanje
Mas de Mingall is een groot boerenhuis uit de vorige eeuw, 150 km ten zuiden van Barcelona. Het ligt in een vallei van ongeveer 14 hectare, die bij het huis hoort. In de vallei groeien veel olijfbomen, amandelbomen en johannes-broodbomen, afgewisseld door dennenbossen. Mas de Mingall ligt 12 km van de kust en het dorp Ametlla de Mar.
In en om het huis wonen twee honden, zes katten en zes kippen waar ik gedurende de winter voor zal zorgen. Het huis is zelfvoorzienend: er is een waterbron en er wordt electriciteit opgewekt door middel van zonnepanelen.
![]() |
| Ametlla de Mar, in oktober 2010 |
In en om het huis wonen twee honden, zes katten en zes kippen waar ik gedurende de winter voor zal zorgen. Het huis is zelfvoorzienend: er is een waterbron en er wordt electriciteit opgewekt door middel van zonnepanelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)














