Pagina's

dinsdag 25 januari 2011

Zwijnen

Met Sjaak en Lukas(links) bij Mas Fabian

Mijn grootste avontuur in Spanje tot nu toe speelt zich eigenlijk in slechts 2 minuten af.


Op zondagmiddag ben ik nietsvermoedend en in mijn eentje met de honden aan het wandelen over de berg achter het huis. Net als we de bocht terug naar huis hebben gemaakt, raakt Sjakie bijzonder opgewonden. Ze rent blaffend heen en weer over het pad en kijkt gespannen omhoog. Opeens neemt ze een duik de dichte struiken van het verwilderde olijfbomenterras in en even later zie ik haar iets hoger op een stapel stenen staan. Ik roep haar natuurlijk terug, want ik voel haar spanning en ben eigenlijk niet zo heel nieuwsgierig naar wat zich daar in de struiken bevind. Tenzij het een lief vosje is natuurlijk. Sjakie blijft stokstijf met gestrekte staart staan en blaft heel hard en staccato, steeds sneller achter elkaar. Ik ga nog iets dichterbij staan en probeer haar aandacht te trekken: “Ga je mee? Sjakie? Kom!”. Kleine Lukas blijft verdacht dicht bij me in de buurt.

Dan, opeens, beginnen de struiken wild te bewegen en begint Sjakie te rennen. Uit de struiken komt eerst een hard geluid en daar direct achteraan een enorm dier te voorschijn dat in paniek recht op mij afrent. Ik vind mijzelf seconden later vijftien meter terug het pad op, achter een boom en zie ik in de verte nog net hoe Sjakie achter het wilde zwijn aan de berg afrent, richting de oude afgraving.



Mijn adem giert, mijn hart klopt als een razende in mijn keel en ik blijf maar ‘wauw’ zeggen. Ik heb nog nooit een wild zwijn van zo dichtbij gezien. Als Sjakie vrolijk kwispelend en blaffend aan het eind van het pad verschijnt, moet ik heel even iets wegslikken voor ik haar bij me kan roepen.

Met zijn drieeёn renlopen we een alternatieve route terug naar huis, veilig over de asfaltweg. Een berg verderop zijn de schoten van de zondagsjagers te horen.

Zwijnen zijn zeer schuwe dieren en zullen dus nooit zonder dringende reden bij daglicht in de buurt van huizen en mensen komen. Dit zwijn had weinig andere mogelijkheden dan de berg over klimmen en tussen vier huizen, bewaakt door loslopende honden, in de struiken te schuilen voor de hobbyjagers. Doodzielig natuurlijk.

In Spanje hoor je niemand zeggen dat er teveel zwijnen zijn. Jagers schieten hier zwijnen omdat ze dat leuk vinden en omdat ze het vlees lekker vinden. Ik heb daar grote moeite mee, daar ben ik eerlijk in. Ik hoop altijd maar dat ze in 1x raak schieten, of per ongeluk in elkaars been.

De zwijnenpopulatie hier in het achterland van Ametlla de Mar en El Perelló is groot en floreert op de prachtige groene bergen. Als het er teveel worden dan maken ze minder biggetjes en als het er te weinig worden, door strenge winters, of meer voor de hand liggend, door de jacht, dan maken ze er meer. De populatie reguleert zichzelf, dat is diereneigen.

In Nederland gebruiken ‘professionele’ jagers een smoes, die zullen nooit toegeven dat ze het doodschieten van beesten geweldig leuk vinden. Er zijn teveel wilde zwijnen, ze hebben te weinig voedsel of eigenlijk: wij mensen hebben er last van, ze komen te dichtbij, we rijden er tegenaan en dus moet er geschoten worden. Gevolg: de zwijnen maken in het nieuwe seizoen ter compensatie extra biggetjes. Die in de herfst weer geschoten moeten worden, vanwege de overlast die ze ons bezorgen. De natuurlijke oplossing, aangeraden door deskundigen, wordt niet eens in overweging genomen.
Volgens mij zijn er teveel mensen op deze wereld, in ieder geval teveel Nederlanders.

1 opmerking: