Pagina's

maandag 21 februari 2011

Oehoeh

Ik had een pauze nodig. Van mijn werk, van mijn leven in de stad, van mijn persoonlijke dramaatjes. Een breuk met de normale gang van zaken. In de laatste maanden voor mijn vertrek naar Spanje vond ik iedereen en alles stom en irritant.

Niemand hield rekening met mij, dacht alleen maar aan zichzelf, deed zijn werk niet goed, was op de verkeerde momenten onbereikbaar of bemoeide zich weer eens niet met zijn eigen zaken.

Brallende studenten vierden hun feestjes tot midden in de nacht als ik de volgende ochtend vroeg op moest om op locatie te gaan werken, toen de gootlieters dan eindelijk kwamen om het lekkende dak te repareren, belden ze natuurlijk net aan terwijl ik onder de douche stond, collega-fietsers sloegen zonder omkijken linksaf op de Haarlemmerdijk, de nieuwe buren op 1-hoog verhuurden de zolder boven mij illegaal aan ongure types, wasbleke wereldverbeteraars met zelfgebreide mutsjes drongen voor bij de kassa van de natuurwinkel, kortom: allemaal klootzakken.

En dan had ik het ook nog eens helemaal niet makkelijk met mezelf. Geen geduld, geen energie, geen zin, moe, moe, moehoehoeh.

Veel van mijn gewone leventje heb ik gewoon meegenomen. ’s Morgens mijn bakje muesli en de vijf Tibetanen, de liters kruidenthee, mijn dagelijkse wandelingetjes: dat is soms best prettig, het zijn vertrouwde elementen in een verder nieuwe wereld.

Maar vaker heb ik er helemaal niets aan. Niks heb ik hier in de hand. En mezelf al helemaal niet. Mijn ontelbare neuroses en angsten zijn namelijk onbedoeld ook meeverhuisd. Ik schiet van de ene in de andere emotie en ben soms een hele dag zo besluiteloos dat er echt helemaal niets zou gebeuren, als het hier huizende lot niet in zou grijpen. Kippen verdwijnen van het ene op het andere moment spoorloos, koelkasten, geisers en lampen houden er plotseling mee op, de gierende Tramontana blaast me bij tijd en wijle de berg af, de blauwe hemel, de stralende zon, de volle maan, zwijnen, de honden en de katten, Catalanen, Spanjaarden, de opdringerige vrijwilliger van de buren, alles en iedereen hier doet zijn best om mij van de straat te houden.

Op een morgen greep ik mezelf daarom bij de kladden, ik negeerde alles wat mij van mijn pad zou kunnen brengen en ben urenlang gaan wandelen, heen en terug naar Casa Valerosa. Dat zou ik iedere ochtend moeten doen, al is het maar voor mijn zielenrust, want wat geweldig, supermooi en heerlijk.

Ik heb op de terugweg nog een praatje gemaakt met de buurman van een berg verderop, helemaal in het Spaans en daar ben ik apetrots op. We hebben even doorgenomen hoe mooi de bloeiende amandelbomen zijn, wat een vervelend werkje het rapen van Johannesbroodbonen kan zijn en dat Alf en Glinys bezoek hadden van hun dochters afgelopen week. Het liep allemaal gesmeerd, totdat hij begon over een cadena. Dat woord heb ik thuis toch even op moeten zoeken. Het betekent ketting. Als ik dat had geweten, hadden we het ook nog even over de ketting die verderop over het pad hangt kunnen hebben. Maar zo was het al helemaal goed.


foto: R. Treffers

Vannacht liep ik even buiten met de hondjes onder de blote sterrenhemel, ik opende mijn hoofd en hoopte op verlichting.

In de stilte van de nacht hoorden wij een uil roepen.
Oeh Oehoeh. Wijze geluiden.

2 opmerkingen:

  1. ja wel een beetje overbelicht heer Treffers ;-) .

    maaruh.... vrouwuh v. Vuure.... bent u nu verlost van al zorgen door dat Zen wandeltochtje?

    BeantwoordenVerwijderen