Pagina's

dinsdag 25 januari 2011

Illegale pluk

Ik weet pas over tien jaar waar Abraham de mosterd haalt, maar op mijn veertigste weet ik toch maar mooi waar de groene aanvulling van onze Hollandse bosjes bloemen wordt geplukt.


Hier, in de achtertuin van Mas de Mingall, door waarschijnlijk zwartbetaalde Marokkanen in dienst van een bloemenhandelaar uit Aalsmeer. Ze trekken de bergen in om de takjes van een vrij algemeen voorkomende groene struik te snijden, zonder vooraf toestemming aan de landeigenaren hier in de omgeving te vragen. Illegale pluk dus. 

De afgelopen weken hebben een aantal van die figuren hier op de berg huisgehouden en een ravage achtergelaten. Geen struik staat er meer overeind. De resten van de lunch hebben ze na het aangenaam verpozen voor ons achtergelaten. Plastic zakken, folie, schillen, lege pakjes sigaretten, petflessen, de struiken hangen er vol mee.

De plaatselijke plukcoördinator, Mohammed, reed de hele dag in zijn busje door de buurt en is de meest gladde kikker op het Westelijke halfrond.
Blijkbaar was nog niet alles kaalgeplukt, want vorige week kwam hij met zijn busje hier het erf op en stuitte daarbij op Sjakie (de hond) en Ton (de vader van Rick). Wij waren net even niet thuis.

Mohammed begon in rad Spaans te vertellen wat hij kwam doen, namelijk de struiken van het land roven, en of hij daarvoor alsnog toestemming voor kon krijgen van Ton. Ton verstond er niets van, en begreep niet waarom Mohammed zo met takjes aan het zwaaien was. Ton spreekt namelijk geen woord Spaans. Mohammed is afgedropen, onder de indruk van Sjakies tanden en het vasthoudende onbegrip van Ton.

Afgelopen woensdag wandel ik zoals iedere ochtend lekker met de hondjes over het terrein, bergje op en bergje weer af, als ik halverwege de terugweg op Mohammed en zijn busje stuit. Hij rijd me godverdee bijna omver. Ik schreeuw dat hij de motor uit moet zetten. ‘¡No tienes permission!’improviseer ik verontwaardigd gebarend in mijn beste Spaans. Mohammed is totaal niet onder de indruk, want dit had hij natuurlijk wel verwacht en hij vertelt me met droge ogen dat mijn vader hem toestemming heeft gegeven om hier te gaan plukken. ‘¡Ga! (Ha!) Que milagro! No es mi padre y habla ni una palabra espaňol!’ roep ik uit. Dat Ton mijn vader niet is, is natuurlijk helemaal niet relevant, maar het is toevallig wel iets wat ik in het Spaans kan zeggen, dus zeg ik het toch maar. Hij begint ook bij mij met die takjes te zwaaien en een blij verhaal af te steken over bloemen. ‘No me interesa!’ Ja, maar andere mensen hier in de omgeving vinden het wel goed, protesteert hij nog wat na. ‘Yo no.’Die gek is gewoon langs het huis over het erf naar beneden gereden, ik kan het bijna niet geloven. En dan nog liegen ook!

Mohammed vertrekt na nog wat soebatten en niet nadat ik trillend van woede het nummer van zijn chef heb opgeschreven. En dat blijkt een Nederlander. Natuurlijk. Goedkope handel, mensen uitbuiten (Marokkanen zijn lekker goedkoop en makkelijker te ronselen, die komen in Spanje nog minder goed aan de bak dan in Nederland), en dat over de rug van mensen die lekker ver weg zijn en waar je dus geen last van zult krijgen: Bah.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen